Voor- en najaarslezing

Een grotere lezing voor meestal 70 personen. Een grote lezing duurt meestal anderhalf a twee uur, met halverwegen een pauze met koffie en thee. Vanwege de grotere doelgroep, wordt deze lezing in een gehuurde ruimte gehouden, meestal bij Trevianum College in Sittard en is altijd op een doordeweekse (meestal een woensdag) avond om 20 uur. Het streven is om deze grotere lezing twee keer per jaar, een keer in het voorjaar en een keer in het najaar, te houden, maar dat is afhankelijk van sprekers.

 

Voor deze lezingen is het noodzakelijk om kaartjes te kopen. Voor niet-leden kosten deze 10,50 euro, voor leden 8,00 euro. 

Tegen een meerprijs van 5 euro is het mogelijk om een bewijs van deelname te krijgen.

 

Sprekers die we in het verleden hebben mogen verwelkomen zijn:

 

Tessa Kieboom over onderpresteren;

Lisanne van Nijnatten over autonomie bij hoogbegaafde leerlingen;

Xandra van Hooff over de wetenschappelijke kijk op hoogsensitiviteit;

Tineke Verdoes over Beelddenken;

Frouke Vermeulen over vechten tegen verveling/ bore-out.

21 november 2018: Najaarslezing door Dr. Willy de Heer

Willy de Heer vertelt over haar proefschrift die in september 2017 is verschenen: 'Gelijkheid troef in het Nederlandse Basisonderwijs'

 

Willy de Heer promoveerde in september 2017 aan de Rechten Faculteit van de Universiteit van Leiden met haar proefschrift 'Gelijkheid troef in het Nederlandse Basisonderwijs: onderzoek naar het onderwijs voor zeer makkelijk lerenden' (via deze link in te lezen: https://openaccess.leidenuniv.nl/handle/1887/54859).

 

Zij heeft naar aanleiding hiervan een kenniscentrum opgericht gericht op 'Makkelijk lerenden' en heeft zij een profiel op 'Science on Air', waarop met enige regelmaat naar haar en haar prublicaties wordt verwezen.

 

Interessant én relevant voor leerkrachten, coaches, begeleiders, psychologen, orthopedagogen, onderwijsconsulenten, samenwerkingsverbanden, schooldirecteuren, (onderwijs)juristen en iedereen anders die met dit onderwerp in aanraking komt of ermee heeft te maken. Delen binnen uw netwerk wordt dan ook zeker gewaardeerd. 

 

Inhoud van de lezing: 

In de Nederlandse samenleving wordt bij voortduring gedebatteerd of het onderwijs moet worden aangepast aan de leerbehoeften van hoogbegaafde leerlingen. Dit continue debat en de teneur hiervan druisen in tegen het gestelde in het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK), Recommendation 1248 (1994) van de parlementaire vergadering van de Raad van Europa en het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) in 2013. In het proefschrift is in kaart gebracht welke factoren bepalend zijn voor de mate waarin wetenschappelijke kennis over het onderwijs aan hoogbegaafde kinderen in het Nederlandse basisonderwijs wordt toegepast.Voor dit onderzoek is eerst hoogbegaafdheid gedefinieerd en is omschreven waarom het onderwijs moet worden aangepast aan leerlingen die van nature zeer makkelijk leren. In het proefschrift wordt in de onderwijsomgeving het begrip zeer makkelijk lerend (zmal) gehanteerd in plaats van het begrip hoogbegaafd. Dit is naar analogie van de pendant zeer moeilijk lerend (zml), een begrip dat in de onderwijsomgeving wordt gehanteerd in plaats van het begrip zwakbegaafd. Uit het onderzoek blijkt dat de problemen van zmal- en zml-leerlingen vergelijkbaar zijn. Nagegaan is in hoeverre onderwijs- en beleidsactoren in het basisonderwijs de in de dissertatie gedefinieerde wetenschappelijke kennis over het onderwijs aan zmal-kinderen in de praktijk toepassen en welke factoren hierbij een doorslaggevende rol spelen. Hiertoe is onderzoek uitgevoerd op achtereenvolgens basisschool-, hogeschool- en samenlevingsniveau.

(bron: Leiden University Repository)